ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3285
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in verzoek om schadevergoeding na intrekking beroep vreemdelingenbewaring
Eiser, van Somalische nationaliteit, was in vreemdelingenbewaring gesteld door de Minister van Justitie. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in, tevens verzocht hij om toekenning van schadevergoeding wegens ten onrechte ondergane vreemdelingenbewaring.
Tijdens de procedure werd de vreemdelingenbewaring opgeheven en trok eiser zijn beroep in, behoudens het verzoek tot schadevergoeding. De rechtbank overwoog dat nu het beroep niet langer wordt gehandhaafd, de beoordeling van de rechtmatigheid van de inbewaringstelling niet langer aan de orde is.
Op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 bestaat er geen wettelijke grondslag voor de rechtbank om het verzoek tot schadevergoeding te behandelen. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Tegen deze beslissing staat, in afwijking van de normale regel, wel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak betreft dus uitsluitend de bevoegdheid van de rechtbank en niet de inhoudelijke beoordeling van het schadevergoedingsverzoek.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot schadevergoeding na intrekking van het beroep tegen vreemdelingenbewaring.