ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5191
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende risico op schending mensenrechten bij terugkeer naar Kabul
Eiser, een Afghaanse nationaliteitdragende persoon, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de laatste op 3 juni 2008. Na afwijzing door verweerder heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelde of de verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan, met name Kabul, aanleiding gaf tot het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder b en d van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank constateerde dat hoewel de veiligheidssituatie sinds het eerdere besluit in 2006 is verslechterd, dit niet leidt tot een ander oordeel. Uit rapporten van de Verenigde Naties en andere instanties bleek dat het aantal veiligheidsincidenten was toegenomen, maar dat de situatie in Kabul niet zodanig uitzonderlijk was dat eiser louter door zijn aanwezigheid een reëel risico liep op ernstige bedreiging of schending van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser voerde aan dat hij als Pashtun en voormalig politiefunctionaris een verhoogd risico liep. De rechtbank oordeelde dat deze individuele kenmerken onvoldoende waren onderbouwd om een verhoogd risico aan te nemen. Ook het beroep op een categoriaal beschermingsbeleid faalde, omdat verweerder een ruime beleidsvrijheid heeft en het beleid van omringende landen geen aanleiding gaf tot afwijking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.