ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7010
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv ondanks beroep op artikel 8 EVRM
Eiser, een Iraakse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking 'conform beschikking minister'. Deze aanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging voor voorlopig verblijf (mvv). Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste moest krijgen op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven met zijn Nederlandse partner en hun kind.
De rechtbank onderzocht of de afwijzing van de aanvraag een inmenging in het gezinsleven vormde en of die inmenging onrechtmatig was volgens artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat eiser nooit rechtmatig verblijf had en dat het gezinsleven niet op grond van een verblijfsvergunning was opgebouwd. Ook ontbraken voldoende bewijsstukken over de feitelijke invulling van het gezinsleven.
Verder oordeelde de rechtbank dat het belang van een restrictief toelatingsbeleid zwaarder woog dan het belang van eiser bij het voortzetten van het gezinsleven in Nederland. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en dat eiser niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een mvv.