ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag ondanks eerdere B9-vergunning wegens ontbreken non-refoulementrisico
Eiseressen, beiden van Guinese nationaliteit, dienden asielaanvragen in die werden afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij reeds rechtmatig verblijf genoten via een B9-vergunning. De rechtbank oordeelde dat het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel geen verplichting inhoudt tot het verlenen van een asielvergunning aan personen die al een B9-vergunning bezitten, aangezien het non-refoulementverbod niet wordt geschonden.
De rechtbank behandelde ook de vraag of artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ambtshalve tegen de aanvraag kan worden tegengeworpen. Hoewel eiseressen stelden dat dit een rechterlijke toets betreft, concludeerde de rechtbank dat door het intrekken van de B9-vergunning sprake is van een novum, waardoor een nieuwe asielaanvraag inhoudelijk beoordeeld kan worden.
Verder werd geoordeeld dat de B9-vergunning niet valt onder de ambtshalve verleende vergunningen zoals bedoeld in artikel 30, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waardoor de weigering van de asielaanvragen terecht was. De beroepen werden ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de asielaanvragen af omdat eiseressen reeds een B9-vergunning hadden en geen schending van het non-refoulementverbod dreigt.