ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7552
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Jonkers
- M.M. Verberne
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring op grond van onvoldoende inzichtelijk ambtsbericht AIVD
Eiser is ongewenst verklaard op grond van een ambtsbericht van de AIVD waarin hij wordt gezien als een gevaar voor de nationale veiligheid vanwege sympathieën en activiteiten ter ondersteuning van de internationale gewelddadige jihad. De rechtbank onderzoekt of verweerder verplicht was de onderliggende stukken van het ambtsbericht in te zien of nadere vragen te stellen.
De rechtbank stelt dat verweerder slechts mag afgaan op het ambtsbericht als dit op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze de feiten en omstandigheden onderbouwt. In dit geval is het ambtsbericht onvoldoende concreet, met name over het inzamelen van geld en de aard van de activiteiten van eiser. Hierdoor is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.
Verweerder krijgt zes weken de tijd om de gebreken te herstellen door navraag te doen bij de AIVD en/of het OM en het besluit aan te vullen of te herzien. De rechtbank geeft nog geen oordeel over het vereiste van adversarial proceedings, omdat dit mede afhangt van de informatie die wordt verstrekt.
Eiser voerde onder meer aan dat zijn vrijspraak in een strafzaak en de onduidelijkheid over zijn reis naar Iran onvoldoende zijn meegewogen. Ook betwist hij de actualiteit en juistheid van het ambtsbericht. De rechtbank oordeelt dat de informatie onvoldoende concreet en inzichtelijk is om de conclusie van gevaar voor de nationale veiligheid te dragen.
De rechtbank wijst erop dat het besluit in strijd is met de zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen van de Awb en houdt verdere beslissing aan totdat verweerder het besluit heeft aangevuld.
Uitkomst: Besluit tot ongewenstverklaring wordt aangehouden wegens onvoldoende inzichtelijkheid en motivering van het ambtsbericht.