ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9440
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel op grond van Dublinverordening
Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij Nederland verwees naar Griekenland als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om uitzetting naar Griekenland te voorkomen.
De voorzieningenrechter toetste of er concrete aanwijzingen zijn dat Griekenland zijn verplichtingen onder het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro niet naleeft, met name gelet op rapporten van Amnesty International en andere instanties. De rechter volgde de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat de stukken geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro aantonen.
Verzoekers medische klachten en vrees voor gezinsseparatie werden eveneens beoordeeld, maar onvoldoende onderbouwd geacht om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep op artikel 10 EG Pro-verdrag werd verworpen omdat dit geen verplichtingen tussen lidstaten schept.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door rechter L.C. Michon op 4 juni 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening en het beroep worden afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen dat Griekenland zijn internationale verplichtingen schendt.