ECLI:NL:RVS:2010:BM1017
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake overdracht asielzoeker naar Griekenland en toepassing interstatelijk vertrouwensbeginsel
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond verklaarde. De vreemdeling werd op grond van de Dublin-verordening aan Griekenland overgedragen. De rechtbank baseerde haar oordeel mede op het NOAS-rapport en vragen van de President van het EHRM, die volgens haar aanleiding gaven tot nader onderzoek naar de naleving van internationale verplichtingen door Griekenland.
De Raad van State oordeelt dat het NOAS-rapport en de gestelde vragen geen concrete aanwijzingen bevatten dat Griekenland zijn verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro niet naleeft voor vreemdelingen die in het kader van de Verordening aan Griekenland worden overgedragen. De minister heeft derhalve terecht vastgehouden aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat nader onderzoek nodig was.
Daarnaast faalt het beroep van de vreemdeling dat hij in Griekenland een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zal ondergaan, ook gelet op de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.