ECLI:NL:RBSGR:2010:BN0013
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. de Graaff
- E.G. van Roest
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken kansspelkarakter bij pokertoernooi Texas Hold'em
Verdachte organiseerde in december 2006 samen met anderen een pokertoernooi Texas Hold'em zonder vergunning. De officier van justitie stelde dat poker een kansspel is waarop de Wet op de Kansspelen (WOK) van toepassing is. De rechtbank onderzocht of poker als kansspel kan worden aangemerkt en concludeerde dat poker, gezien de mate van behendigheid die spelers kunnen uitoefenen, niet voldoet aan de wettelijke definitie van een kansspel.
De rechtbank analyseerde jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad uit 1998, en wetenschappelijke rapporten van Van der Genugten en Borm, die poker als een behendigheidsspel kwalificeren vanwege het significante element van invloed van spelers op de uitkomst. De verklaring van verdachte en de wetenschappelijke onderbouwing werden meegewogen in het oordeel.
De rechtbank verwierp het standpunt van de officier van justitie dat poker een kansspel is en dat het resultaat van het spel hoofdzakelijk van toeval afhangt. De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was dat verdachte gelegenheid gaf tot deelname aan een kansspel zonder vergunning. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat poker Texas Hold'em niet als kansspel kan worden aangemerkt volgens de Wet op de Kansspelen.