ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geboortegegevens en gelijkstelling Thaise rechterlijke toestemming erkenning kind
De man verzocht de rechtbank om vaststelling van de geboortegegevens van zijn kind en om de Thaise geboorteakte te erkennen en in te schrijven in het Nederlandse register van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelde zich op het standpunt dat de Thaise geboorteakte strijdig is met de Nederlandse openbare orde, omdat de vermelding van de man als vader niet overeenkomt met het Nederlandse juridische vaderschap en de akte geen chronologisch overzicht van oorspronkelijke en gewijzigde gegevens bevat.
De rechtbank oordeelde dat de Thaise geboorteakte inderdaad strijdig is met de Nederlandse openbare orde en wees het primaire verzoek af. Vervolgens beoordeelde de rechtbank of de Thaise rechterlijke uitspraak van 8 februari 2007, waarin de man toestemming kreeg om het kind te erkennen, gelijkgesteld kan worden met vervangende toestemming tot erkenning zoals bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW Pro. De rechtbank achtte dit aannemelijk en wees het subsidiaire verzoek toe.
De rechtbank stelde voorts de geboortegegevens van het kind vast, waarbij de geslachtsnaam van het kind niet werd vastgesteld vanwege onduidelijkheid en strijdigheid met het Nederlandse recht. De rechtbank wees het verzoek tot inschrijving van de Thaise uitspraak af, omdat inschrijving van rechterlijke uitspraken inzake toestemming tot erkenning niet binnen de registers van de burgerlijke stand valt.
Uitkomst: De rechtbank stelt de geboortegegevens vast en gelijkstelt de Thaise rechterlijke toestemming tot erkenning, maar wijst inschrijving van de geboorteakte en rechterlijke uitspraak af.