ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1676
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij vreemdelingenbewaring minderjarige asielzoeker
Eiser, een minderjarige Eritrese asielzoeker, werd op 24 mei 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij zich spontaan had gemeld bij het AC Ter Apel. De maatregel was gebaseerd op een vermoeden van onttrekking aan uitzetting naar Italië op grond van de Dublinovereenkomst. De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting. Zo vond het eerste vertrekgesprek pas op 31 mei 2010 plaats, terwijl de claim bij de Italiaanse autoriteiten pas op 1 juni 2010 werd ingediend en op 3 juni werd geaccepteerd.
De rechtbank overwoog dat gezien de minderjarigheid van eiser extra spoed geboden was. Verweerder was niet in staat om aannemelijk te maken dat het tijdsverloop tussen melding en claim noodzakelijk was. Ook was niet duidelijk wat de inhoud en reikwijdte was van de verzonden stukken aan het bureau Dublin. De bewaring werd daarom als onrechtmatig beoordeeld en moest worden opgeheven. Tevens werd eiser een schadevergoeding van € 2.075 toegekend voor de dagen die hij onterecht in bewaring had doorgebracht.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van € 1.311. De zaak werd behandeld in twee zittingen waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde. De uitspraak bevestigt het belang van voortvarendheid bij de uitvoering van vreemdelingenbewaring, zeker bij minderjarigen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van € 2.075 toegekend.