ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1906
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring minderjarige en toekenning schadevergoeding
Eiseres, een minderjarige vreemdeling, werd op 9 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank beoordeelde dat verweerder niet met de vereiste voortvarendheid had gewerkt aan haar uitzetting, mede omdat het dossier pas een week na inbewaringstelling werd overgedragen en het eerste vertrekgesprek pas elf dagen later plaatsvond. Daarnaast was nog geen claim gelegd bij de Duitse autoriteiten.
Gelet op de ernst van het gebrek en het belang van eiseres, oordeelde de rechtbank dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat opheffing van de bewaring gerechtvaardigd was. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding van € 1120 toe, gebaseerd op de periode van vrijheidsontneming in politiecel en huis van bewaring.
De rechtbank veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten van € 644. Het vonnis werd uitgesproken door mr. L.J.P. Lambooij op 23 oktober 2008, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van de minderjarige is onrechtmatig verklaard, de bewaring is opgeheven en een schadevergoeding van € 1120 toegekend.