ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3004
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser is op 29 juni 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, identiteitsdocumenten en vaste verblijfplaats, en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat hij beleidsmatig niet uitzetbaar is vanwege een aanvraag op grond van artikel 64 Vw Pro 2000, dat er geen zicht op uitzetting bestaat, en dat de bewaring onredelijk is gezien zijn medische toestand. Verweerder stelde dat er inmiddels nieuwe ontwikkelingen zijn met betrekking tot de verstrekking van laissez passers door de Chinese autoriteiten, waardoor er een reëel zicht op uitzetting bestaat.
De rechtbank overweegt dat de toezeggingen en afgiftes van laissez passers in 2010 een reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn rechtvaardigen. Ook acht zij de bewaring rechtmatig en niet onredelijk, mede gelet op de belangenafweging en het ontbreken van een bestendig beleid om geen Chinezen in bewaring te stellen.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat daaraan geen grond bestaat zolang de bewaring niet wordt opgeheven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.