ECLI:NL:RVS:2008:BG9500
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
De vreemdeling werd op 23 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De staatssecretaris ging uit van de Chinese nationaliteit van de vreemdeling en had een laissez passer aangevraagd bij de Chinese autoriteiten om uitzetting mogelijk te maken. De vreemdeling gaf aan Noord-Koreaans te zijn en werkte nauwelijks mee aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris stelde dat van de vreemdeling verwacht mocht worden dat hij medewerking verleende door documenten te overleggen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat er zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn. Uit eerdere jurisprudentie bleek dat een laissez passer aanvraag bij de Chinese autoriteiten in dergelijke gevallen kansloos is. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van de bewaring. Ook werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.