ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3110
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.A.B. Koens
- B.J. Duinhof
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring vreemdeling met EU-verblijfsrecht
Verzoeker, een Nigeriaanse vreemdeling, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening waarbij de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring worden opgeschort.
Verzoeker stelt dat hij een EU-verblijfsrecht heeft als echtgenoot van een Nederlandse burger, gebaseerd op een huwelijk gesloten in Spanje en een verblijfskaart afgegeven door Spaanse autoriteiten. Ondanks dat het huwelijk feitelijk is beëindigd, stelt hij dat het juridische huwelijk nog bestond ten tijde van de ongewenstverklaring en dat zijn verblijfsrecht daardoor niet is geëindigd.
Verweerder betwist dit en stelt dat verzoeker feitelijk geen gezinsleven meer voert met de Nederlandse burger en dat hij daardoor niet als familielid van een EU-burger kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat verweerder het Europese verblijfsrecht onvoldoende heeft meegewogen en dat het bezwaar niet kansloos is.
Daarom wordt het besluit tot ongewenstverklaring geschorst en wordt uitzetting van verzoeker opgeschort tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt geschorst en uitzetting van verzoeker opgeschort tot vier weken na bezwaarbeslissing.