ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding bij bezwaarprocedure met no cure no pay-overeenkomst
Eiseres maakte bezwaar tegen een WOZ-beschikking en schakelde een gemachtigde in op basis van een no cure no pay-overeenkomst, waarbij alleen bij winst kosten verschuldigd zijn. Verweerder erkende het bezwaar en stelde de WOZ-waarde bij, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat eiseres geen kosten zou hebben gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het bestaan van een no cure no pay-overeenkomst niet betekent dat geen kosten zijn gemaakt; bij winst worden immers kosten in rekening gebracht. De gemachtigde bevestigde dat aan eiseres een vergoeding in rekening wordt gebracht.
Op grond van artikel 7:15 Awb Pro en het feit dat het besluit onrechtmatig was en werd herroepen, kende de rechtbank eiseres de proceskostenvergoeding toe. De kosten werden vastgesteld op €161 voor het bezwaar en €644 voor het beroep. Verweerder werd veroordeeld deze bedragen en het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank kende proceskostenvergoeding toe ondanks no cure no pay-overeenkomst en veroordeelde verweerder tot betaling van kosten en griffierecht.