ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3452
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten contra-expertise taalanalyse en documentenonderzoek in asielprocedure
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht verweerder, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), om vergoeding van kosten voor contra-expertise taalanalyse en documentenonderzoek. Verweerder wees de vergoeding voor de eerste fase van de taalanalyse deels af en de vergoeding voor het documentenonderzoek volledig af, stellende dat deze kosten niet noodzakelijk zijn in de zin van artikel 17 van Pro de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005).
De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden in de eerste fase van de taalanalyse onvoldoende onderbouwd zijn als noodzakelijk en dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid een maximumvergoeding voor de tweede fase redelijk heeft vastgesteld. Het beroep op dit punt wordt daarom ongegrond verklaard.
Ten aanzien van het documentenonderzoek stelt de rechtbank vast dat verweerder niet beschikte over het onderzoeksverslag en de onderliggende bevindingen, waardoor de vereiste zorgvuldigheid bij het besluit ontbrak. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat contra-expertise documentenonderzoek in beginsel niet noodzakelijk is, aangezien dit onderzoek ook kan zien op authenticiteit en afgifte door bevoegde instanties. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Beroep tegen vergoeding taalanalyse ongegrond; beroep tegen vergoeding documentenonderzoek gegrond en besluit vernietigd.