ECLI:NL:RVS:2009:BI5889
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vergewisplicht staatssecretaris bij taalanalyse in vreemdelingenprocedure
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning vernietigde vanwege onvoldoende vergewisplicht omtrent een taalanalyse.
De vreemdeling sprak Swahili en een beetje Kirundi; het BLT concludeerde dat zijn taalgebruik niet paste bij de vermeende herkomst uit Burundi. De rechtbank stelde echter dat onduidelijk was of de vreemdeling tijdens het gesprek woorden uit het Kirundi bewust vermeed en dat het rapport onvoldoende inzicht gaf in de onderbouwing van de conclusies.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris in beginsel kan vertrouwen op het deskundige BLT, maar bij gerede twijfel over de zorgvuldigheid en inzichtelijkheid van de taalanalyse is nader onderzoek vereist. Omdat het rapport onvoldoende toelichtte waarom bepaalde conclusies werden getrokken, en de staatssecretaris dit niet nader onderzocht had, is de vergewisplicht niet nagekomen.
De Raad bevestigt daarom het vernietigende vonnis van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en zorgvuldigheid bij het gebruik van deskundigenrapporten in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit wegens niet-naleving van de vergewisplicht door de staatssecretaris.