ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid voortduren bewaring na afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende voortvarendheid
Eiser, een Georgische asielzoeker, is op 20 april 2010 in bewaring gesteld en zijn asielaanvraag is op 26 mei 2010 afgewezen. Hij stelt dat verweerder onvoldoende voortvarendheid betracht bij de voorbereiding van zijn uitzetting, met name door het nalaten contact te zoeken met de Georgische autoriteiten voor het verkrijgen van een laissez passer.
De rechtbank overweegt dat volgens het beleid in paragraaf A4/4.1 van de Vreemdelingenwet 2000 het aanvragen van een vervangend reisdocument en presentatie bij de autoriteiten van het land van herkomst in beginsel pas na een uitspraak in beroep dient te gebeuren, tenzij sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel en het verkrijgen van het document veel tijd kost. In dat geval mag de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zich ook eerder wenden tot de autoriteiten.
Gezien de opgelegde vrijheidsontnemende maatregel en de afwijzing van de asielaanvraag had verweerder zich tot de Georgische autoriteiten moeten wenden. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, maar oordeelt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld door dit na te laten. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring en heropent het onderzoek voor een mogelijke schadevergoeding.
Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid van de minister bij het aanvragen van een reisdocument.