ECLI:NL:RVS:2010:BM2316
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Toepassing beleid vreemdelingenbewaring en aanvragen laissez passer tijdens asielprocedure
De vreemdeling werd op 28 januari 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van identiteitspapieren, ongewenstverklaring, geen vaste verblijfplaats, strafrechtelijke veroordeling en gebruik van aliassen. De minister vroeg een laissez passer aan bij de Eritrese autoriteiten en plande een presentatie, terwijl de asielprocedure nog liep. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in. De Raad van State constateerde dat de opvolgende asielaanvraag van de vreemdeling op 27 januari 2010 reeds was afgewezen vóór het aanvragen van de laissez passer op 5 februari 2010. Hierdoor was het handelen van de minister niet in strijd met het beleid zoals neergelegd in paragraaf A4/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen grond voor schadevergoeding. De beslissing bevestigt dat bij een vrijheidsontnemende maatregel en een afgewezen asielaanvraag het aanvragen van reisdocumenten en presentatie bij de autoriteiten van het land van herkomst toegestaan is, ook als de asielprocedure nog niet volledig is afgerond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.