ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3848
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Somalië
Eiser werd op 15 juni 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte dat er zicht was op uitzetting naar Somalië binnen een redelijke termijn, mede omdat de geplande vlucht van 30 juni 2010 was uitgesteld en de exacte herkomst van eiser onduidelijk bleef.
Verweerder stelde dat er zicht op uitzetting was, verwijzend naar een Memorandum of Understanding (MoU) met Somalië en een geplande vlucht op 30 juni 2010, die was uitgesteld voor nader onderzoek door Somalische autoriteiten. De rechtbank kon dit niet verifiëren en constateerde dat de MoU nog niet had geleid tot daadwerkelijke uitzettingen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn was. De vrijheidsontnemende maatregel was daarom onrechtmatig en moest onmiddellijk worden opgeheven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig is wegens ontbreken van zicht op uitzetting en beveelt onmiddellijke opheffing met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.