ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning kind wegens verplaatsing hoofdverblijf
Eiseres, een kind van zeven jaar, kreeg haar verblijfsvergunning ingetrokken omdat zij sinds oktober 2007 met haar moeder langdurig buiten Nederland verbleef. De vader van eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte verwees naar de beleidsregel die stelt dat verblijf van meer dan negen maanden buiten Nederland leidt tot verplaatsing van het hoofdverblijf, zonder aannemelijk te maken dat dit buiten schuld van eiseres was.
De rechtbank stelt dat de wil van het kind niet kan worden vastgesteld en dat het beleid niet voorziet in situaties waarin ouders het gezag delen en tegenstrijdige beslissingen nemen. Hierdoor is het besluit ondeugdelijk gemotiveerd en wordt het vernietigd. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het langdurig verblijf in Pakistan en de niet-spoedige terugkeer redelijkerwijs de conclusie rechtvaardigen dat het hoofdverblijf is verplaatst.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit geen inbreuk maakt op het gezinsleven met de vader, aangezien de moeder de situatie heeft veroorzaakt door niet terug te keren. Verweerder liep ten onrechte vooruit op een toekomstige beoordeling van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.