ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige kinderen naar Kroatië op grond van het Haagse Verdrag
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen naar Kroatië op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De moeder had de kinderen zonder toestemming van de vader naar Nederland overgebracht, waardoor sprake was van ongeoorloofde overbrenging.
De moeder voerde verweer met een beroep op weigeringsgronden uit artikel 13 van Pro het Verdrag, waaronder de opvoedingskwaliteiten van de vader en het verzet van de kinderen tegen terugkeer. De rechtbank stelde vast dat er geen contra-indicaties waren tegen de vader, mede op basis van een rapport van het Kroatische Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
De minderjarige A had aanvankelijk de wens om terug te keren naar Kroatië, maar veranderde vlak voor het kinderverhoor van mening, mogelijk door loyaliteitsconflicten. Minderjarige B wilde bij de moeder in Nederland blijven, maar dit werd niet als uitdrukkelijk verzet tegen terugkeer beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat geen van de weigeringsgronden van toepassing waren en dat de onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Kroatië moest worden gelast. De terugkeer werd uitgesteld tot 15 september 2010 om voorbereiding en afwachting van hoger beroep mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen naar Kroatië met uitstel tot 15 september 2010.