ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4023
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Ettikhoven
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijf op grond van Richtlijn 2004/38/EG bij broer met Nederlandse echtgenote
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een visum kort verblijf aangevraagd om familie te bezoeken en wenst vervolgens verblijf bij zijn broer, die Marokkaanse nationaliteit bezit en getrouwd is met een Nederlandse burger. Hij baseert zijn verzoek op Richtlijn 2004/38/EG, stellende dat hij als ander familielid ten laste is van zijn broer en diens echtgenote.
De staatssecretaris van Justitie heeft het verzoek afgewezen omdat de broer geen burger van de Unie is en verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Marokko ten laste is van zijn broer en diens Nederlandse echtgenote. Tevens is niet gebleken dat verzoeker en de echtgenote in een andere lidstaat hebben verbleven, wat een vereiste is voor rechten op grond van de richtlijn.
De voorzieningenrechter overweegt dat de richtlijn alleen rechten verleent aan familieleden van Unieburgers die zich in een andere lidstaat vestigen. Verzoeker voldoet hier niet aan omdat zijn broer geen Unieburger is en er geen bewijs is van reële afhankelijkheid. De enkele overboekingen en het feit dat verzoeker werkt in Marokko maken onvoldoende aannemelijk dat hij ten laste is.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker kan op grond van de richtlijn geen rechtmatig verblijf ontlenen en het bezwaar tegen de afwijzing van het verblijfsdocument heeft geen redelijke kans van slagen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ten laste zijn en ontbreken van verblijf in een andere lidstaat.