ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5623
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- S. Verheijen
- D.A. Schreuder
- Rechtspraak.nl
Vordering tot openbaarmaking identiteit opdrachtgever onderzoek financiële gegevens
Eiser, zonder bekende woon- of verblijfplaats, vordert primair dat gedaagden de identiteit van de opdrachtgever van een onderzoek naar zijn financiële gegevens openbaar maken. Subsidiair vordert hij inzage in de boekhouding van gedaagden over 2003. De zaak betreft een onderzoek uit 2003 naar de financiële situatie van eiser, die destijds getrouwd was met een lid van de koninklijke familie.
Gedaagde sub 1 is een BV die informatie- en onderzoeksdiensten levert, met gedaagde sub 2 als directeur en enig aandeelhouder. Gedaagde sub 3 voert een eenmanszaak met recherche- en adviesactiviteiten. Uit stukken blijkt dat gedaagde sub 2 aan een derde ([D.]) opdracht gaf om onderzoek te doen naar eiser. Eiser stelt dat dit onderzoek en de opdracht daartoe onrechtmatig jegens hem waren.
De rechtbank constateert dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door gebruik te maken van onrechtmatig verkregen informatie en dat eiser een gerechtvaardigd belang heeft bij zijn vorderingen. Omdat gedaagden niet volledig duidelijkheid verschaffen over de identiteit van de opdrachtgever, benoemt de rechtbank een registeraccountant als deskundige om de administraties van gedaagden te onderzoeken en te bepalen wie opdrachtgever was.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere akten en het onderzoek van de deskundige. De kosten van het onderzoek komen voorlopig voor rekening van de gedaagden. De rechtbank wijst de primaire vordering toe en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank wijst de primaire vordering toe en benoemt een registeraccountant voor nader onderzoek naar de administraties van gedaagden.