ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6381
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering samenwonen
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel gezinshereniging, welke door verweerder werd afgewezen wegens het niet voldoen aan het vereiste van feitelijke samenwoning met haar echtgenoot in het land van herkomst. De rechtbank overweegt dat het samenwonenvereiste, zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000, niet in strijd is met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), aangezien het EHRM erkent dat een wettig huwelijk ook zonder samenwoning onder familie- en gezinsleven valt.
De rechtbank stelt echter vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaring van de echtgenoot, dat hij na het huwelijk bij eiseres en haar ouders is ingetrokken, niet wordt gevolgd. Verweerder baseert zich op eerdere verklaringen tijdens de asielprocedure waarin werd gesteld dat er geen samenwoning was, maar heeft niet adequaat onderzocht of deze verklaringen anders uitgelegd kunnen worden. Tevens heeft verweerder het samenwonenvereiste als absolute voorwaarde gehanteerd zonder te beoordelen of er een aannemelijke verklaring is voor het niet samenwonen.
Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het besluit in strijd is met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het samenwonenvereiste en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.