ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen samenwoningsvereiste voor feitelijke gezinsband bij echtgenoten in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken om de aanvraag van eiseres om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) buiten behandeling te stellen wegens het niet betalen van leges. Verweerder stelde dat eiseres niet feitelijk tot het gezin van haar echtgenoot behoorde omdat zij niet samenwoonden in het land van herkomst, wat volgens hem een vereiste was.
Eiseres voerde aan dat het samenwoningsvereiste strijdig is met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de Gezinsherenigingsrichtlijn en de Definitierichtlijn. De rechtbank stelde vast dat het begrip 'feitelijke gezinsband' in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in overeenstemming moet worden gebracht met de uitleg van 'family life' door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank concludeerde dat het samenwoningsvereiste niet zonder meer kan worden gesteld bij een wettig en oprecht huwelijk, mede gelet op de jurisprudentie van het EHRM, waaronder de zaak Abdulaziz, Cabales en Balkandi. Het besluit van verweerder werd daarom vernietigd en hij werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit in lijn met deze uitspraak.
Uitkomst: Het samenwoningsvereiste voor het vaststellen van een feitelijke gezinsband tussen echtgenoten wordt verworpen en het besluit tot buitenbehandelingstelling wordt vernietigd.