ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6798
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiser, van Iraakse nationaliteit, was eerder circa negen maanden in vreemdelingenbewaring geweest die op 18 juni 2010 werd opgeheven na een belangenafweging. Kort daarna werd hij opnieuw in bewaring gesteld, ondanks dat hij ongeveer vijf weken vrij was geweest en zelfs Nederland had verlaten. De bewaring was gebaseerd op het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, geen vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank overweegt dat bij het opleggen van bewaring een belangenafweging moet plaatsvinden waarbij onder meer de duur van de eerdere bewaring, de periode van vrijheid daarna, de gronden voor bewaring en de inspanningen om uitzetting te realiseren, moeten worden betrokken. Gelet op het ontbreken van zicht op uitzetting naar Irak en de omstandigheden acht de rechtbank de bewaring onrechtmatig.
De rechtbank beveelt de opheffing van de bewaring per 10 september 2010 en kent eiser een schadevergoeding toe van €1330,- voor de onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten van €874,- aan verweerder opgelegd. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en eiser krijgt een schadevergoeding van €1330,-.