ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8671
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen uitzetting naar Malta op grond van Dublinverordening wegens onvoldoende gezinsbanden en geen aantoonbaar risico op schending mensenrechten
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 14 oktober 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003), omdat Malta verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Eiser stelde dat Malta niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet en dat Nederland de asielaanvraag aan zich had moeten trekken vanwege gezinsbanden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Malta het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro zou schenden, ondanks verwijzingen naar rapporten van Vluchtelingenwerk, UNHCR en het EHRM. Ook was de gestelde huwelijksrelatie en het vaderschap van het kind niet aangetoond, waardoor de gezinsbanden niet konden worden erkend.
De rechtbank benadrukte dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen. De omstandigheden van eiser en de rapporten boden hiervoor onvoldoende grond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.