ECLI:NL:RVS:2009:BK2296
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van Dublin-verordening ondanks bezwaren over behandeling in Italië
De vreemdeling diende een asielaanvraag in Nederland in, maar op grond van de Dublin-verordening is Italië verantwoordelijk voor de behandeling van zijn verzoek. De staatssecretaris wees de aanvraag af en de voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond.
De vreemdeling voerde aan dat hij in Italië onmenselijk behandeld is en dat het risico bestaat dat hij na overdracht aan Italië wordt teruggezonden naar Somalië zonder dat zijn asielverzoek adequaat wordt behandeld. Hij verwees naar het arrest van het EHRM en een rapport van de Raad van Europa over de situatie van asielzoekers in Italië.
De Raad van State overwoog dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het arrest en het rapport betreffen uitzonderlijke gevallen en bieden geen reden om de verantwoordelijkheid van Italië te betwijfelen. Klachten moeten eerst bij de Italiaanse autoriteiten en eventueel het EHRM worden ingebracht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.