ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8703
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toevoeging extra voornaam gelijkgesteld aan geslachtsnaam
Verzoekers, bestaande uit een man, zijn meerderjarige zoon en twee minderjarige kinderen, vroegen de rechtbank om hun huidige voornamen te wijzigen door een extra voornaam toe te voegen die verwijst naar hun (groot)vader en afstamming. Deze naam was oorspronkelijk onderdeel van hun naamsketen in Afghanistan.
De rechtbank stelde vast dat deze naam naar Nederlands recht gelijkgesteld moet worden aan een geslachtsnaam en niet als een gebruikelijke voornaam kan worden beschouwd. Bovendien zou het toevoegen van dezelfde voornaam aan alle gezinsleden leiden tot vermindering van het onderscheidend vermogen binnen de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Hoewel verzoekers stelden dat de naam bepalend is voor hun identiteit en praktische problemen veroorzaakt bij afwezigheid, oordeelde de rechtbank dat het verzoek niet geoorloofd is op grond van artikel 1:4 lid 2 BW Pro. De rechtbank nam ook een eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht in overweging maar kwam tot hetzelfde oordeel.
De rechtbank wees het verzoek tot voornaamswijziging af en zag af van het vaststellen van geboortegegevens. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter W.J. Don op 9 augustus 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot toevoeging van de extra voornaam is afgewezen omdat deze gelijkgesteld wordt aan een geslachtsnaam en het onderscheidend vermogen in de basisadministratie zou verminderen.