ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3664
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbetering geboorteakte en wijziging voornamen minderjarige onder Nederlands recht
Verzoekster, als wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarige, verzocht de rechtbank om verbetering van de geboorteakte door toepassing van Somalisch namenrecht, wat zou leiden tot een namenreeks. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelde dat het Nederlandse recht van toepassing is omdat de nationaliteit van de minderjarige onbekend is en erkenning door de vader in Somalië niet wordt erkend.
De rechtbank bevestigde dat het Nederlandse recht geldt voor de naamvaststelling, waarbij een namenreeks niet mogelijk is. Het primaire verzoek tot verbetering van de naam werd daarom afgewezen. Ter voorkoming van een streepje als geslachtsnaam in de akte, werd een voorlopige geslachtsnaam overwogen, maar partijen konden geen keuze maken, zodat dit verzoek niet werd toegewezen.
Het subsidiaire verzoek tot aanvulling van de voornamen werd wel toegewezen, omdat er een zwaarwegend belang was en de gevraagde voornamen geoorloofd zijn. De rechtbank gelastte de wijziging van de voornamen en wees het overige af. Tevens wees de rechtbank op de verplichting van de ambtenaar om latere wijzigingen te vermelden in de geboorteakte.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornamen van de minderjarige wordt toegewezen, primair verzoek tot toepassing Somalisch namenrecht wordt afgewezen.