ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9604
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens ontbreken internationaal belang
Verzoekers dienden een verzoek in tot het opleggen van een dwangakkoord aan hun schuldeisers, die allen in Duitsland gevestigd zijn. Het verzoek werd behandeld op 29 april 2010, waarbij verzoekers verschenen en de schuldeisers niet. Verzoekers stelden dat schuldeisers onredelijk weigerden mee te werken aan de schuldregeling.
De rechtbank overwoog dat het belang van schuldeisers om volledige betaling te ontvangen groot is, zeker omdat de schuldregeling een lagere uitkering dan 100% bood en een aanzienlijk deel van de schuldeisers (41% van de schuld) de regeling had geweigerd. Het belang van verzoekers bij het dwingen van schuldeisers via de Nederlandse dwangregeling weegt echter niet zwaarder, omdat de schuldeisers in Duitsland gevestigd zijn en er geen internationale verdragen zijn die de erkenning van een Nederlands dwangakkoord in Duitsland garanderen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de schuldeisers in redelijkheid tot weigering konden komen en wees het verzoek af. Verzoekers kregen de mogelijkheid om hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling nader toe te lichten en aan te tonen dat zij te goeder trouw zijn en dat hun centrum van voornaamste belangen in Nederland ligt. De behandeling van dat verzoek werd gepland op 7 september 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen vanwege het ontbreken van internationale erkenning en het redelijke belang van schuldeisers.