ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9745
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel wegens vermeende overtreding onderhoudsverplichtingen wissels hoofdspoorweginfrastructuur
De zaak betreft een verzet van ProRail tegen een dwangbevel van de Staat wegens vermeende overtreding van last 3 onder dwangsom, die betrekking heeft op de feitelijke onderhoudstoestand van centraal bedienbare wissels in de hoofdspoorweginfrastructuur.
De Staat stelde dat ProRail niet aan haar zorgplicht had voldaan door niet tijdig beheersmaatregelen te treffen voor wissels die niet aan veiligheidswaarden voldeden, wat leidde tot een dwangsom van €250.000. ProRail betwistte dat zij de last had overtreden en voerde aan dat last 3 slechts overtreden is indien feitelijk is vastgesteld dat wissels niet voldeden aan veiligheidswaarden zonder dat maatregelen waren getroffen.
De rechtbank oordeelde dat last 3 moet worden uitgelegd zoals door ProRail voorgesteld en dat de Staat onvoldoende concrete feiten had gesteld om te bewijzen dat ProRail niet de vereiste beheersmaatregelen had getroffen. De administratieve controle van de Staat toonde alleen aan dat de administratie niet volledig was, maar niet dat feitelijk geen maatregelen waren genomen.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard, het dwangbevel buiten werking gesteld en de Staat veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter H.M. Boone op 6 oktober 2010.
Uitkomst: Het verzet van ProRail tegen het dwangbevel wordt gegrond verklaard en het dwangbevel wordt buiten werking gesteld.