ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag hypotheekrenteaftrek bij ontbonden huwelijk deels gegrond
Eiser was gehuwd in gemeenschap van goederen en samen met zijn ex-echtgenote eigenaar van een woning met een gezamenlijke hypotheekschuld. Na het ontbinden van het huwelijk in 2006 bleef de ex-echtgenote in de woning wonen en betaalde zij de volledige hypotheekrente over dat jaar. Zowel eiser als ex-echtgenote brachten echter ieder de volledige hypotheekrente in aftrek.
De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op aan eiser waarbij de hypotheekrenteaftrek volledig werd gecorrigeerd. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 3.121 Wet IB 2001 ieder voor de helft draagplichtig is voor de hypotheekschuld en dus ook de rente. Omdat de ex-echtgenote de volledige rente betaalde, ontstond een regresvordering op eiser ter hoogte van de helft van de rente.
De rechtbank verwierp het standpunt van de Belastingdienst dat eiser geen renteaftrek toekomt omdat hij de rente niet heeft betaald. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen. De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €30.937, met een overeenkomstige vermindering van de heffingsrente. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €30.937 met een overeenkomstige vermindering van de heffingsrente.