ECLI:NL:HR:2006:AS8020
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Betaling onderhoudskosten door deelgenoot in onverdeelde gemeenschap en fiscale aftrekbaarheid
Belanghebbende en zijn broer waren elk voor de helft eigenaar van een woonboerderij die werd verhuurd. In 2000 ontving men een factuur voor onderhoudskosten van ƒ 53.219, welke door de broer werd voldaan. Belanghebbende verrekende zijn aandeel van ƒ 26.610 via huurpenningen, betalingen en kostenverrekeningen met zijn broer.
De vraag was of belanghebbende dit bedrag als betaalde onderhoudskosten mocht aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Het Hof oordeelde bevestigend, stellende dat de broer als penvoerder handelde en betalingen namens belanghebbende verrichtte, waardoor de betaling aan de aannemer als door belanghebbende gedaan geldt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie, waarbij betaling door een mede-eigenaar in een onverdeelde gemeenschap wordt toegerekend aan de andere mede-eigenaar. Het beroep van de Staatssecretaris werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aftrek van onderhoudskosten door belanghebbende wordt bevestigd.