ECLI:NL:HR:2006:AS8020

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
41273
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38 lid 1 Wet IB 1964
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onderhoudskosten door deelgenoot in onverdeelde gemeenschap en fiscale aftrekbaarheid

Belanghebbende en zijn broer waren elk voor de helft eigenaar van een woonboerderij die werd verhuurd. In 2000 ontving men een factuur voor onderhoudskosten van ƒ 53.219, welke door de broer werd voldaan. Belanghebbende verrekende zijn aandeel van ƒ 26.610 via huurpenningen, betalingen en kostenverrekeningen met zijn broer.

De vraag was of belanghebbende dit bedrag als betaalde onderhoudskosten mocht aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Het Hof oordeelde bevestigend, stellende dat de broer als penvoerder handelde en betalingen namens belanghebbende verrichtte, waardoor de betaling aan de aannemer als door belanghebbende gedaan geldt.

De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie, waarbij betaling door een mede-eigenaar in een onverdeelde gemeenschap wordt toegerekend aan de andere mede-eigenaar. Het beroep van de Staatssecretaris werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aftrek van onderhoudskosten door belanghebbende wordt bevestigd.

Uitspraak

Nr. 41.273
8 september 2006
Za
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 september 2004, nr. BK 369/03, betreffende de aan X te Z (hierna: belanghebbende) voor het jaar 2000 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 45.478, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 28.468 (€ 12.918). De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 31 januari 2005 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft tezamen met zijn broer een woonboerderij gekocht. Deze is voor ƒ 800 per maand verhuurd aan een derde. Belanghebbende en zijn broer zijn ieder voor de helft onverdeeld eigenaar van de woonboerderij. Zijn broer voert de administratie en aan hem worden de rekeningen gestuurd, welke vervolgens door hem worden betaald. Ook int hij de huurpenningen.
3.1.2. In het jaar 2000 is ter zake van aan de woonboerderij gepleegd onderhoud een factuur ontvangen van de aannemer ten bedrage van ƒ 53.219. Deze is in dat jaar door belanghebbendes broer voldaan.
3.1.3. Belanghebbende heeft de helft van laatstvermeld bedrag, zijnde ƒ 26.610, als volgt verrekend met zijn broer:
a. door het gedurende dertig maanden niet-ontvangen van zijn aandeel in de huurpenningen,
b. door de betaling in 2001 aan de broer van een bedrag van ƒ 7500, en
c. door verrekening met de brandverzekeringspremie en andere kosten, alsmede een extra betaling aan de broer in de jaren na 2000.
3.2. Voor het Hof was in geschil of belanghebbende het bedrag van ƒ 26.610 volledig als in het jaar 2000 betaalde onderhoudskosten in aftrek van zijn inkomen mag brengen.
3.3. Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Het heeft - in cassatie onbestreden - uit de vaststaande feiten afgeleid dat de broer als penvoerder van de eigenaren optreedt en voor rekening van belanghebbende de huur int en kosten, waaronder de onderwerpelijke onderhoudskosten, betaalt, waarna verrekening met belanghebbende plaatsvindt. Het heeft vervolgens geoordeeld dat sprake is van door belanghebbende betaalde kosten op het tijdstip dat de broer de betaling verricht; en dat nu de factuur door de broer in 2000 is betaald, er sprake is van betaling door belanghebbende in dat jaar van zijn aandeel in de onderhoudskosten. Daartegen keert zich het middel.
3.4. 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat de aandelen van belanghebbende en zijn broer in de tussen hen beiden bestaande gemeenschap met betrekking tot de verhuurde woonboerderij gelijk zijn, en dat elk van hen voor de helft draagplichtig was met betrekking tot de schuld aan de aannemer van in totaal ƒ 53.219. Toen de broer van belanghebbende in het jaar 2000 de schuld aan de aannemer betaalde, deed hij dat mede voor rekening van belanghebbende, zodat de desbetreffende onderhoudskosten door belanghebbende op dat moment voor zijn aandeel in die kosten - de helft - werden betaald in de zin van artikel 38, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (vgl. HR 28 juni 1972, nr. 16822, BNB 1972/176). Het middel, dat van een andere opvatting uitgaat, faalt mitsdien.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort, A.R. Leemreis, C.J.J. van Maanen en C.A. Streefkerk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2006.
Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 422.