ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0936
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W. de Wit
- F.J. Verbeek
- W.M.A. der Weduwe-de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning en inschrijving schijnhuwelijk gesloten in China
De man verzocht de rechtbank om zijn in China gesloten huwelijk te laten inschrijven in het huwelijksregister van de gemeente 's-Gravenhage en het huwelijk te erkennen op grond van artikel 5, eerste lid, Wet conflictenrecht huwelijk (Wch). Het College van B&W had dit verzoek geweigerd wegens vermoedens van een schijnhuwelijk, een besluit dat ook in bezwaar en beroep werd bevestigd.
De rechtbank overwoog dat het huwelijk binnen een etmaal na kennismaking was voltrokken, zonder gemeenschappelijke taal, en dat er tegenstrijdigheden waren in verklaringen over financiën en vestiging. De vrouw verklaarde bovendien dat het niet de bedoeling was dat de man zich in China vestigde. Deze feiten leidden tot het redelijke vermoeden van een schijnhuwelijk.
De man stelde dat het langdurige bestaan van het huwelijk en het contact tussen partijen sinds de huwelijkssluiting het schijnhuwelijk ontkrachten en dat weigering van erkenning in strijd is met artikelen 8 en 12 EVRM en artikel 23 Bupo Pro-verdrag. De rechtbank volgde deze argumenten niet, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat het oogmerk bij het aangaan van het huwelijk bepalend is en latere ontwikkelingen niet relevant zijn.
De rechtbank oordeelde dat inschrijving van het schijnhuwelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde en dat het beroep op artikel 5 Wch Pro en mensenrechtenverdragen niet tot erkenning kan leiden. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot inschrijving en erkenning van het in China gesloten huwelijk wordt afgewezen wegens schijnhuwelijk.