ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1601
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken uitzicht op uitzetting naar Somalië
Eiser is op 3 juni 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere ongegronde beroepen tegen de bewaring, is op 30 september 2010 een nieuw beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming, met een verzoek om schadevergoeding.
Verweerder heeft aangegeven dat er een tijdelijke belemmering bestaat voor uitzetting naar Somalië vanwege de onveilige situatie in Mogadishu. Deze belemmering is echter niet gebaseerd op de verwachting dat de situatie snel verbetert, maar op het beraad over recente jurisprudentie. Verweerder erkent dat het beraad ook tot een langdurige belemmering kan leiden, zonder een duidelijk tijdsbestek.
De rechtbank concludeert dat onvoldoende vaststaat dat de belemmering tijdelijk is en gaat daarom uit van het ontbreken van uitzicht op uitzetting. Hierdoor is de bewaring met ingang van 1 oktober 2010 onrechtmatig geworden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 20 oktober 2010 en wijst schadevergoeding toe van € 1520,00. Tevens worden proceskosten van € 874,00 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens ontbreken van uitzicht op uitzetting naar Somalië en wijst schadevergoeding toe.