ECLI:NL:RVS:2010:BO0014
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing vreemdelingenbewaring en uitzetting naar Somalië met EU-staat
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een Somalische vreemdeling heeft opgeheven en schadevergoeding heeft toegekend. De minister voerde aan dat er een redelijke kans bestaat dat de vreemdeling wordt toegelaten in Somalië bij uitzetting met gebruik van een EU-staat als reisdocument, mede gebaseerd op een Memorandum of Understanding (MoU) met de Transitional Federal Government van Somalië.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat en dat de veiligheidssituatie in Somalië niet relevant is voor deze beoordeling, maar voor een eventuele asielaanvraag. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond en wees het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit af. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat het MoU en de afspraken met luchtvaartmaatschappijen het gebruik van een EU-staat als reisdocument mogelijk maken en dat er reeds een uitzetting via Nairobi naar Mogadishu had plaatsgevonden. De stelling van de vreemdeling dat de Transitional Federal Government niet representatief is, werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de Afdeling, waarbij de minister zijn tweede grief introk en de zaak op 30 september 2010 werd uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.