ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2158
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf bevestigd
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 10 oktober 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De aanleiding was een anonieme melding over zijn verblijf op een adres in een portiekwoning. De verbalisanten betraden het portiek, maar niet de woning zelf, en hielden eiser staande nadat hij zich had geïdentificeerd zonder geldige papieren. Toen eiser probeerde te vluchten, werden hem transportboeien aangelegd en werd hij naar een plaats van ophouding vervoerd.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van de staandehouding en het aanleggen van handboeien, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank stelde echter vast dat het portiek geen deel uitmaakt van de woning en dat de verbalisanten bevoegd waren tot staandehouding en overbrenging op grond van de Vreemdelingenwet. Het aanleggen van handboeien tijdens de overbrenging werd als rechtmatig beoordeeld omdat het een vorm van vrijheidsberoving betrof die wettelijk was toegestaan.
Verder oordeelde de rechtbank dat de bewaring gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, het ontbreken van identiteitsdocumenten, het niet aanmelden bij de korpschef, eerdere illegale verblijven, het ontbreken van vaste woonplaats en middelen van bestaan, en het vluchtpoging tijdens staandehouding. Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in strijd was met de wet en dat het beroep ongegrond was.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de bewaring ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel.