ECLI:NL:RVS:2008:BD3189
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatig aanleggen van handboeien
De vreemdeling werd op 19 maart 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank ’s Gravenhage verklaarde het tegen deze bewaring ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad van State oordeelde dat het aanleggen van handboeien tijdens de staandehouding onrechtmatig was omdat de vreemdeling niet vluchtgevaarlijk was; hij liep weliswaar zenuwachtig heen en weer, maar er waren geen verdere feiten die vluchtgevaar aannemelijk maakten. De staatssecretaris had geen bijzondere en zwaarwegende belangen gesteld die het onrechtmatig aanleggen van handboeien konden rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel met onmiddellijke ingang moest worden opgeheven. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 4.880 aan de vreemdeling en proceskosten van € 966.
De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking omdat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was. De uitspraak werd gedaan op 27 mei 2008.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatig aanleggen van handboeien zonder vluchtgevaar en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding.