ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2936
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid strafrechtelijke ontruiming van gekraakte panden en toetsing aan EVRM
Eisers, bewoners van diverse panden, vorderden in kort geding dat de Staat werd verboden tot strafrechtelijke ontruiming van hun panden over te gaan zonder voorafgaand rechterlijk verlof. Zij stelden dat artikel 551a Sv en artikel 138a Sr in strijd zijn met het EVRM, met name de artikelen 8 en 13, en dat de strafbaarstelling van kraken met terugwerkende kracht het legaliteitsbeginsel schendt.
De rechtbank onderzocht de tekst en wetsgeschiedenis van de Wet kraken en leegstand en concludeerde dat de wetgever de bevoegdheid tot ontruiming aan opsporingsambtenaren heeft toegekend zonder dat een voorafgaand rechterlijk oordeel vereist is. De strafrechter kan achteraf de rechtmatigheid toetsen. De rechtbank stelde dat de ontruiming een ingrijpende inbreuk op het huisrecht vormt, maar dat deze inbreuk voldoet aan de eisen van artikel 8 lid 2 EVRM Pro, waaronder voorzienbaarheid, noodzakelijkheid en proportionaliteit.
Verder oordeelde de rechtbank dat de strafbaarstelling van het wederrechtelijk vertoeven in een pand niet met terugwerkende kracht plaatsvindt, maar pas vanaf de inwerkingtreding van de wet. De civiele rechter biedt voldoende waarborgen voor toetsing van de rechtmatigheid van ontruimingen. De vorderingen van eisers werden daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt de strafrechtelijke ontruimingsbevoegdheid zonder voorafgaand rechterlijk verlof.