ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4152
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ongewenstverklaring met beroep op family life
Verzoeker is ongewenst verklaard in Nederland op grond van illegaal verblijf en heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Hij verzoekt om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen verzoeker en zijn biologische dochter sprake is van family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro, mede op basis van een DNA-test en de omgang die verzoeker met zijn dochter heeft gehad en nastreeft. Verweerder heeft geen belangenafweging gemaakt tussen het belang van verzoeker en de Staat, terwijl dit vereist is bij inmenging in family life.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.