ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling met Chinese nationaliteit
Eiser, een Chinese vreemdeling, stelde beroep in tegen het besluit van 27 oktober 2010 waarbij hem op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een maatregel van bewaring werd opgelegd. Hij voerde aan dat onvoldoende zicht bestond op uitzetting omdat slechts een beperkt aantal laissez passers door China werd verstrekt en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat voor Chinese vreemdelingen met een geldig paspoort geen laissez passer vereist is voor uitzetting. De stelling van eiser dat hij zijn paspoort niet meer bezit, werd onvoldoende aannemelijk geacht, temeer daar hij eerder verklaarde dat vrienden zijn paspoort konden brengen. Hierdoor was er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Ook het betoog dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, werd verworpen. De rechtbank stelde dat de beoordeling van het middel aan verweerder toekomt en dat de gronden voor bewaring niet waren betwist. De omstandigheden dat eiser wil meewerken en contact heeft met de Internationale Organisatie voor Migratie veranderden hier niets aan.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.