ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4410
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling met Chinese nationaliteit
Eiser, een Chinese vreemdeling die sinds 2001 in Nederland verblijft, maakte bezwaar tegen de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij niet meer in het bezit was van een paspoort en dat uitzetting daardoor niet binnen een redelijke termijn mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat eiser zijn paspoort had moeten afgeven onvoldoende was om aan te nemen dat hij niet binnen redelijke termijn een geldig paspoort kan overleggen. Er is geen bewijs dat een laissez passer vereist is voor uitzetting naar China als een geldig paspoort aanwezig is. De rechtbank vond daarom dat voldoende zicht op uitzetting bestaat.
Daarnaast verwierp de rechtbank het betoog dat een minder belastend middel dan bewaring had moeten worden toegepast. De beoordeling hiervan ligt bij verweerder en de rechtbank toetst terughoudend. Gezien de gronden voor bewaring achtte de rechtbank de maatregel proportioneel.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat er geen reden is tot opheffing of wijziging. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.