ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv ondanks langdurig verblijf en beroep op artikel 8 EVRM
Eiser, van Thaise nationaliteit, heeft sinds 2000 in Nederland verbleven en diverse verblijfsvergunningen gehad. Na beëindiging van zijn rechtmatig verblijf in 2003 wegens het verbreken van zijn relatie met zijn partner, heeft hij meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning, welke zijn afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Eiser voerde aan dat zijn langdurig verblijf en het ontwikkelde privé- en familieleven in Nederland bescherming verdienen op grond van artikel 8 EVRM Pro en dat toepassing van de hardheidsclausule op zijn situatie passend zou zijn. De rechtbank overwoog dat het privé- en familieleven zich heeft ontwikkeld na het beëindigen van het rechtmatig verblijf en dat er geen sprake is van de vereiste uitzonderlijke omstandigheden ('most exceptional circumstances') die vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte dat het economisch belang van Nederland, waaronder bescherming van de arbeidsmarkt, zwaar weegt en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er objectieve belemmeringen zijn om het privé- en familieleven buiten Nederland uit te oefenen. De hardheidsclausule wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toegepast, wat hier niet aan de orde is.
Daarom concludeert de rechtbank dat de afwijzing van de aanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.