ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6124
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging opvang asielzoeker zonder deugdelijke motivering
Verzoeker is uitgeprocedeerd als asielzoeker en verbleef onrechtmatig in Nederland. Op 2 november 2009 werd hem een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, waarna het COa hem opvang bood in een Vrijheids Beperkende Locatie (VBL). Op 18 oktober 2010 trok de Minister deze maatregel in en beëindigde het COa de opvang, wat verzoeker betwistte en waartegen hij bezwaar en beroep instelde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het COa wettelijk verantwoordelijk is voor het verlenen en beëindigen van opvang, niet de Minister of DT&V. Het intrekken van de vrijheidsbeperkende maatregel betekent niet automatisch dat het COa geen opvang meer hoeft te bieden, vooral niet in bijzondere omstandigheden. Verzoeker had echter geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die voortzetting van opvang rechtvaardigen.
Hoewel het besluit van 19 oktober 2010 niet deugdelijk was gemotiveerd omdat verzoeker niet tot ongewenst vreemdeling was verklaard, acht de rechter het beëindigen van de opvang niet in strijd met het Handvest van de grondrechten van de EU of het EVRM. De rechtbank vernietigt het besluit wegens motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen in stand en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het COa wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de opvang wordt vernietigd wegens gebrek aan deugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.