ECLI:NL:RVS:2007:BA6317
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over opvang en verstrekkingen aan vreemdeling in bijzondere omstandigheden
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van het COA tot beëindiging van opvang aan een vreemdeling vernietigde. De vreemdeling had opvang gekregen op grond van humanitaire redenen vanwege ernstige gezondheidsproblemen, waaronder paranoïde schizofrenie, diabetes en hoge bloeddruk.
Het COA had het besluit genomen de opvang te beëindigen op basis van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005), maar de voorzieningenrechter oordeelde dat dit besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het COA zich niet kon beroepen op het BMA-advies van 31 oktober 2001 als enige grondslag voor beëindiging.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en benadrukt dat het COA ook verplicht is opvang te verlenen in zeer bijzondere omstandigheden die niet onder de Rva 2005 vallen. Het COA had het besluit van 26 september 2006 niet op genoemde regeling kunnen baseren en had rekening moeten houden met eerdere uitspraken met gezag van gewijsde. Het hoger beroep van het COA wordt verworpen en het COA wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak onderstreept de wettelijke taak van het COA om opvang te bieden aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen in bijzondere situaties, ook buiten de strikt wettelijke kaders van de Rva 2005, en benadrukt het belang van een deugdelijke motivering van besluiten tot beëindiging van opvang.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COA wordt verworpen en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd.