ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6876
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel Libische vreemdeling wegens ongeloofwaardig asielrelaas en ontbreken reëel risico artikel 3 EVRM
Eiser, een Libische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van reisdocumenten en het ontbreken van positieve overtuigingskracht van het asielrelaas. De rechtbank oordeelde dat het ongeloofwaardige relaas van eiser en het ontbreken van bewijs dat hij illegaal Libië heeft verlaten, verweerder in redelijkheid toestond het verzoek af te wijzen.
De rechtbank stelde vast dat het gewijzigde asielbeleid ten aanzien van Libië per 26 maart 2010 geen nieuw beleid inhield, maar een voortzetting van het bestaande beleid na het vervallen van het moratorium. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op marteling of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
Hoewel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een reëel risico op marteling voor gedetineerden in Libië erkent, waren er geen bijzondere individuele omstandigheden die dit risico voor eiser aannemelijk maakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de Libische asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.