ECLI:NL:RVS:2008:BC9690
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toerekenbaarheid ontbreken reisdocumenten aan vreemdeling bij asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie had een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afgewezen vanwege het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten. De rechtbank had geoordeeld dat het ontbreken van deze documenten niet aan de vreemdeling kon worden toegerekend, mede omdat de vreemdeling gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over zijn reis had afgelegd.
De Raad van State stelt in hoger beroep dat het enkel afleggen van gedetailleerde verklaringen niet voldoende is om het ontbreken van documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen. Volgens het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 geldt dat het ontbreken van documenten pas niet aan de vreemdeling kan worden toegerekend indien deze onder dwang zijn afgegeven. De Raad oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het ontbreken van documenten aan de vreemdeling kan worden toegerekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug aan de rechtbank voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens worden de kosten van het hoger beroep vastgesteld en wordt de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.