ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6960
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is op 5 november 2010 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde beroep in tegen deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 17 november 2010 en besloot het onderzoek te schorsen voor aanvullende informatie. Na ontvangst van nadere stukken van partijen werd het onderzoek gesloten.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar China was, terwijl verweerder stelde dat er regelmatig en intensief contact plaatsvindt tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten. De Afdeling bestuursrechtspraak had eerder in augustus 2010 vastgesteld dat de Chinese autoriteiten toezeggingen hadden gedaan voor de afgifte van laissez-passers en dat concrete vooruitgang was geboekt.
De rechtbank constateerde dat ondanks het contact en enkele ontmoetingen op hoogambtelijk niveau, er geen nieuwe toezeggingen na mei 2010 waren gedaan en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een structurele wijziging in de opstelling van de Chinese autoriteiten. Daarom oordeelde de rechtbank dat er geen grond is om te concluderen dat het zicht op uitzetting ontbreekt, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.